Lockdownlezen (V): ‘Dichter bij de boekenwereld’

De terugkeer naar school viel toevallig samen met het afronden van onze lockdownleesprojecten. De twee klassen die ieder een eigen boek kozen, waren wisselend positief over ons boekenclubexperiment. De klas die Een weeffout in onze sterren koos, was minder betrokken bij het boek. Het boek zelf viel niet helemaal goed, veel leerlingen gaven aan het te heftig te vinden. Leerlingen gaven wel aan dat ze het leuk vonden om over een boek te praten in de les. Toen ik vroeg of ze weleens iets nieuws hoorden in de boekgesprekken antwoordde een van de leerlingen: ‘nee, ik begrijp alles, maar het is gewoon leuk om het met z’n allen te bespreken, dan zie je het verhaal ook via iemand anders.’

In de klas die Tonke Dragt las overheerste het enthousiasme. De boekgesprekken werden gedreven door de vragen van de leerlingen zelf. Veel vragen hadden te maken met de status van de mens ten opzichte van de robots en de Afroini (de ruimtewezens die op Venus leven). Is ‘de Computer’, die de regels stelt in de koepel op Afroi, een soort supercomputer of een mens? Of een denkende robot? Is de Commandant de baas over de Computer of andersom? Is Edu wel echt een mens als hij kan gedachtelezen? Is hij zelf niet een soort ruimtewezen? Kunnen robots ook leren gedachtelezen? Aan de hand van deze vragen bekeken we fragmenten uit de tekst. Het fijne aan Torenhoog is dat de fragmenten de tekst als geheel weerspiegelen. De proloog bijvoorbeeld introduceert met een gesprek tussen Edu en de rijmende robot Bob een van de belangrijkste thema’s van het boek. Wat onderscheidt mensen van robots? Kan een robot gedichten begrijpen? Door Bob leert Edu gedichten kennen die hem doen verlangen naar andere werelden, en die de lezer meenemen naar een wereld die groter is dan dit boek.

Toen ik in mijn Torenhoog-klas vroeg of ze nog een keer samen een boek wilden lezen, liepen de de antwoorden uiteen. Een leerling merkte op dat het niet perse leuk is om zomaar samen een boek te lezen. Dit boek was leuk om te lezen omdat het zo bijzonder is. De rest van de klas kon zich hierin vinden. Drie leerlingen hebben inmiddels ook Ogen van tijgers gelezen. Ik kreeg zelfs een mailtje van een moeder, die vertelde dat haar zoon nooit leest, en nu deze twee boeken in korte tijd uitgelezen had. Mogelijk speelde de lockdownverveling ook een rol. De keuze voor een boek is natuurlijk heel belangrijk in het slagen van een serie boekgesprekken. Daarom betrok ik de klas erbij. Tegelijkertijd is het moeilijk te voorspellen welk boek aan zal slaan. Het grote enthousiasme voor Torenhoog had ik niet voorzien. Al vielen enkele leerlingen die liever romantische boeken lezen een beetje buiten de boot.

De leerlingen schreven ter afronding een brief aan Tonke Dragt die ze bij mij inleverden. Ik ga ze opsturen naar uitgeverij Leopold. Voor mij waren de brieven soms een verrassing. Leerlingen beschreven hun leeservaringen, die ik herkende uit de gesprekken tijdens de les. Maar ze reflecteerden ook op aspecten van het boek die niet in de les ter sprake gekomen waren, zoals het taalgebruik van Tonke Dragt. Drie leerlingen noemden het ‘ouderwets’, een andere leerling gaf juist aan dat het boek hem geholpen had met zijn woordenschat omdat het taalgebruik ‘anders dan anders’ was.

De brieven lieten ook zien wat de leerlingen uit de lessen opgepikt hadden. Een leerling schreef dat hij het bijzonder vond dat Tonke Dragt al in 1969 aandacht vroeg voor de natuur, door over verdwenen wouden te schrijven. Deze context kwam terloops aan bod in een van de lessen maar had blijkbaar zijn interesse gewekt. Verschillende leerlingen noemden de gedichten die Tonke Dragt citeert. Een leerling schreef: ‘in uw boek staat veel poëzie vermeld van de enige echte Paul van Ostaijen.’ Ik word er echt heel blij van om leerlingen zo zelfbewust over een canonieke dichter te zien schrijven. Like she owns it. En dat is ook zo. Het is ook haar canon.

Verschillende leerlingen merkten op dat dit boek anders is dan de boeken die ze al kenden, Carry Slee, Mirjam Mous, de gangbare titels die leerlingen in de onderbouw zelfstandig lezen. ‘Het boek is net wat anders dan andere boeken omdat ze dingen anders opschrijft.’ ‘Het boek is bijzonder omdat er gedichten in staan.’ ‘Het boek is best moeilijk maar op het einde werden al mijn vragen beantwoord.’ De mooiste opmerking kwam van een leerling die in de online lessen niet heel spraakzaam was. Hij schreef: ‘Eerlijk gezegd lees ik niet veel dus uw boek heeft mij dichter bij de boekenwereld gebracht. Ik zou het zwaar aanraden, vooral voor boekenwurmen.’ Ook al voelt de boekenwereld dichterbij, het is blijkbaar nog steeds niet helemaal zijn wereld.

Ik zou dit boek zwaar aanraden aan iedereen die dichter bij de boekenwereld wil komen. Blijkbaar weet het ook bij de leerlingen die (nog) geen boekenwurm zijn een snaar te raken. Voor onderbouwleerlingen in klas 2/3 is het heel geschikt, al is het voor minder ervaren lezers prettig om wat ondersteuning te krijgen bij het opstarten met dit boek. Ze moesten wennen aan de literaire vorm en het gebrek aan actie. Dit probleem speelde niet meer toen we verder in het boek kwamen. Torenhoog en mijlen breed lijkt niet zo’n gangbaar boek te zijn in de onderbouw. Op Scholieren.com zijn maar twaalf boekverslagen over dit boek te vinden (tegenover 1678 (!) verslagen over Brief voor de koning). Het lijkt mij zeer geschikt voor leerlingen die graag fantasy en science fiction lezen. Dit zijn ook leerlingen die niet perse emotioneel betrokken/persoonlijk-belevend lezen, maar het leuk vinden om gedachtegangen te volgen over bijvoorbeeld de rol van robots in de samenleving van de toekomst. Veel typische young adult titels hebben deze lezers weinig te bieden. Ik checkte bij een grote fantasyliefhebber uit een andere klas of ze Torenhoog en mijlen breed kende. Dit was niet het geval. Ze is meer thuis in het Engelstalige aanbod. Wat is het jammer als onze fantasyliefhebbers deze klassieker van eigen bodem mislopen. Lezen dus, dit boek. De onderbouw is het ideale moment ervoor.

De komende weken ga ik aan de slag met het maken van een animatie en lesmateriaal rondom Torenhoog en mijlen breed en Paul van Ostaijen. De Taalunie ondersteunt dit project. Ik hoop dat het andere leerlingen net zo weet te raken als deze klas.

Lockdownlezen (i): boekgesprekken in de online les

Lockdownlezen
‘Zorg vooral dat je thuis blijft lezen, in een fictieboek naar keuze.’ Terwijl ik dit opschrijf in een e-mail aan mijn leerlingen realiseer ik me hoe vrijblijvend dit is. De leerlingen die al lezen zullen blijven lezen, de zwakke lezers haken af. Ik zie leesmotivatie als grote uitdaging van deze fase van online onderwijs. Geen leestijd in de les, geen boeken in de klas en voor een bezoek aan de mediatheek moeten ze naar school fietsen, tussen alle andere online lessen door.

We zijn inmiddels drie weken verder en twee weken aan de gang met een lockdownleesproject. Ik liet mijn tweedeklassers kiezen uit drie verschillende boeken, in verschillende genres. De opties: Torenhoog en mijlen breed, Een weeffout in onze sterren en Soldaten huilen niet. Twee van de drie titels waren als klassenset te leen in de schoolbibliotheek, maar natuurlijk koos een van de klassen voor een boek dat niet direct voorhanden was. De openbare bibliotheek bood een oplossing: Het e-book van Torenhoog en mijlen breed is online beschikbaar. Ik vroeg de ouders van de leerlingen of ze het boek aan wilden schaffen, indien mogelijk. Veel leerlingen kwamen zodoende aan een eigen exemplaar.

De eerste reacties waren erg positief. ‘Dus we gaan een boekenclub beginnen?’, vroeg een van de leerlingen, niet zonder enthousiasme. Zelfs mijn voorbereide praatje over hoe fantastisch Tonke Dragt is en hoe leuk het is om samen hetzelfde boek te lezen, bleek helemaal niet nodig. Een mooi begin.

De opzet
Van de drie lesuren Nederlands besteed ik een lesuur aan fictie. De leerlingen hebben elke week een leesdoel. We praten over de hoofdstukken die ze gelezen hebben. Ik probeer ze te motiveren om hun eigen vragen te formuleren, naar het concept van Aidan Chambers, de bekende kinderboekenauteur en expert op het gebied van leesdidactiek. Kenmerkend voor zijn methode is het gezamenlijk praten over boeken om zodoende tot een onderhandeling over de betekenis te komen. De leraar heeft geen sturende, maar een begeleidende rol. Chambers biedt een aantal vraagsuggesties die leerlingen motiveren om hun vragen, moeilijkheden en interpretaties te delen op een manier die niet aanstuurt op ‘de juiste lezing’ van een boek.

Boekgesprekken in de onderbouw
Onderbouwleerlingen aan het praten krijgen over boeken kan best wel een uitdaging zijn. Het docentontwikkelteam ‘Praten over literatuur’ biedt gelukkig een richtlijn voor boekgesprekken in de onderbouw. De auteurs suggereren om leerlingen eerst vertrouwd te maken met het praten over lezen. Chambers gaat uit van de eigen vragen die leerlingen hebben bij een tekst, maar het docentontwikkelteam geeft aan dat veel leerlingen in de onderbouw ervan bewust gemaakt moeten worden dat het stellen van vragen bij een tekst en het luisteren naar de vragen en interpretaties van medeleerlingen ‘een waardevolle en legitieme wijze is’ van het interpreteren van teksten. (Ik herken dit uit mijn eigen ervaring met het begeleiden van boekgesprekken in een normale, klassikale setting.)

Ze raden aan om leerlingen leesnotities te laten maken bij zaken die ze opvallend, leuk, of mooi en onduidelijk vinden. Het klassikale boekgesprek kan deze aantekeningen als vertrekpunt nemen. Daarnaast raden ze aan om de leerlingen te helpen het lezen te plannen door ze (tussen)doelen te geven en in de les te vragen naar de vorderingen. De laatste aanbeveling die ik me ter harte neem is het werken met een combinatie van vragen en stellingen, omdat stellingen meer uitnodigen tot gesprekken en voorkomen dat leerlingen gaan duiken.

De Chambersmethode en de suggesties voor boekgesprekken in de onderbouw bieden bruikbare aanknopingspunten voor het vormgeven van het fictieonderwijs tijdens de lockdown. Juist in deze periode van sociaal isolement kan het samen lezen en hierover praten bijdragen aan een gevoel van verbondenheid met de rest van de klas. De komende weken zal ik op dit blog verslag doen hoe het ons vergaat.

Online materiaal
*De website: pratenoverfictiefragmenten.nl is heel bruikbaar als je samen met je leerlingen wilt oefenen met het praten over lezen. Voor dit lockdownleesproject geef ik de voorkeur aan een volledig boek om ze langere tijd aan het lezen te houden.
*Bij de keuze voor een boek is het handig als het ook beschikbaar is via de online bibliotheek en op Passendlezen.nl.
*Je kunt je keuze ook baseren op het boekenclubaanbod op Litlab.nl, dan hoef je geen eigen vragen en stellingen te bedenken.
*De ‘stof tot nadenken’ en de opdrachten van verschillende niveaus op de website van de Jeugdbibliotheek zijn ook heel goed in te zetten in een klassikaal boekgesprek. De niveaus van de opdrachten, die gebaseerd zijn op de indeling van Theo Witte, komen overeen met de fasen van een boekgesprek bij Chambers.