De padlet laat zien welke vossen de leerlingen gevangen hebben

Dit is wat er gebeurt als je de Reinaert behandelt in de brugklas

Recentelijk deelde ik de lessenserie Vossenjacht: de Reinaert voor jonge lezers. In de afgelopen weken heb ik de lessen met mijn brugklas (h/v) uitgeprobeerd en achteraf via een online formulier geëvalueerd. Hier lees je wat onze ervaringen waren.

De klas was unaniem lovend over de lessen. In de online evaluatie gaf 68% van de leerlingen de lessenserie een 4 of 5. Ze konden kiezen uit een schaal van 1 (niet leuk) tot 5 (heel erg leuk). De laagste score was een 3. Niemand gaf een 1 of 2. Ik merkte dit ook al tijdens de lessen zelf, vaak kwamen leerlingen binnen met de vraag: hebben we vandaag een vossenles? De rapversie van Charlie May viel zo goed in de smaak, dat we voorlopig nog geen afscheid nemen van de schalkse vos. Bij mondelinge taalvaardigheid liet ik de leerlingen kiezen: een stukje rappen uit de Reinaert, of een gedicht voordragen. Op vier leerlingen na koos iedereen voor het rappen van Reinaart.

Historische letterkunde in de onderbouw

Als je met een brugklas de Reinaert behandelt, is het leerdoel anders dan in de bovenbouw. We zijn weinig met de historische context bezig geweest. De focus lag op het beleven van de tekst. Daarnaast gingen we op zoek naar de vossen die leerlingen al kennen uit verhalen, films, series en strips, waardoor de impliciete culturele kennis van leerlingen zichtbaar gemaakt werd. De focus van de lessen lag dus op de literaire context en de tekstbeleving. In mijn ideale curriculum zou er een doorlopende literatuurleerlijn bestaan waarin leerlingen op de basisschool en in de onderbouw kennismaken met allerlei klassiekers. Ze lezen de teksten op hun eigen manier. In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs kun je vervolgens een aantal teksten herlezen en nieuwe dimensies verkennen.

Volgens mij is er geen beter moment om kennis te maken met Reinaert dan in de brugklas. Komt het weleens voor dat een bovenbouwklas zo enthousiast is over een oude tekst dat ze gieren van het lachen? Ik weet het niet. (Ik geef momenteel alleen les in de onderbouw.) Hoe dan ook, zou ik mijn brugklassen deze ervaring niet willen ontnemen!

Vossenjacht

Niet eerder deelde ik op Klassiekers in de klas een lesplan voordat ik het zelf uitgeprobeerd had. Het idee voor de lessen over Reinaert zat al een tijdje in mijn hoofd en ik had zin om het op papier te zetten. Het onderdeel waar ik mij het meest druk om maakte, bleek juist het succesnummer te zijn: leerlingen op zoek laten gaan naar de vossen die ze kennen uit verhalen.

Zonder uitleg over het waarom, vroeg ik leerlingen ter voorbereiding op de eerste les op zoek te gaan naar boeken, series en films waarin vossen voorkomen. Leerlingen vonden het ‘het raarste huiswerk ooit’ maar gingen desondanks voortvarend aan de slag. Het raarste huiswerk ooit leverde een prachtig Padletbord op met onder meer Swieber (van Dora), Nine Tails (Pokémon), Lowieke (Fabeltjeskrant), Vos van Vos en Haas en de fantastische meneer Vos. Aan de hand van het Padletbord hebben we besproken welke eigenschappen deze vossen gemeen hebben: sluw en slim werden vaak genoemd.

In de evaluatie achteraf vroeg ik wat ze geleerd hadden in de vossenlessen. Verschillende leerlingen gaven antwoorden over Reinaart als personage of over het verhaal. Maar er waren ook antwoorden die over de vos als literair personage gingen: een leerling schreef: ‘dat vossen sluw zijn en dat we dat weten door verhalen en fabels.’ Een ander antwoordde dat er in verhalen een duidelijk stereotype is over vossen, en dat zij daarom eigenlijk al veel wist over vossen in verhalen voordat we naar Reinaart geluisterd hadden. Ze schreef ook nog, dat ze eerst niet wist, dat ze dit al wist.

Na deze speurtocht liet ik leerlingen in groepjes onderzoek doen naar vossen in fabels, sprookjes, de Bijbel en spreekwoorden. Ik had verschillende boeken meegenomen, onder meer de Formidabele Fabels en het Arabische sprookjesboek van Rodaan al Galidi. Het laatste groepje ging op zoek naar Reinaart, met behulp van literatuurgeschiedenis.org en de bewerking van Koos Meinderts. Alle groepjes presenteerden wat ze ontdekten aan de rest van de klas.

Reinaert gerapt

In de daaropvolgende twee lessen luisterden we naar de rapversie van Reinaert van Charlie May. Ik vroeg de klas een oordeel te vellen over deze vos: is Reinaert een schurk? Of een rebelse vos, zoals Robin Hood? In de Reinaert-presentatie van het laatste groepje was de waarschuwing uit het boek van Koos Meinderts al langsgekomen:

Waarschuwing: het lezen van de schelmenstreken van Reinaert de Vos kan ernstige schade toebrengen aan de tere kinderziel.

Koos Meinderts, De schelmenstreken van Reinaert de Vos

Dit vormde een mooie opbouw naar de (vrij expliciete) rapversie van Charlie May. De rap viel erg goed in de smaak. Lachen gieren, brullen. Letterlijk. (Ik had dit blog ook de titel kunnen geven: dit is wat er gebeurt als je een klas een lesuur laat luisteren zonder vooraf uit te spreken wat je van ze verwacht…). Af en toe moest ik de cd stilzetten omdat de leerlingen die rustig wilden luisteren het niet konden verstaan door het meerappen en joelen van de leerlingen die helemaal in de rap opgingen. Bij een volgende ronde zou ik ze een activiteit geven tijdens het luisteren. Ook was het fijn geweest als leerlingen mee zouden kunnen lezen met de tekst, maar de rapversie is helaas alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

In de evaluatie achteraf vroeg ik leerlingen ook waarom we de tekst eigenlijk luisterden, in plaats van stillezen of voorlezen. De meeste leerlingen gaven aan dat luisteren fijner is dan lezen, dat ze zich beter in kunnen leven als ze iets luisteren. Ook schreef een leerling dat het veel grappiger was om samen al die rare woorden te horen. Een aantal leerlingen noemden dat de rap leuker was dan een saaie leestekst en eentje schreef: ‘omdat het eigenlijk een voordraaggedicht was.’ Ik had dit in de les verteld, maar dit was blijkbaar niet helemaal overgekomen bij iedereen. Ik had zelf niet voorzien dat Charlie May zo’n schot in de roos zou zijn! Grof, humoristisch, lekker in het gehoor liggend door de cadans van de rap. Het is ontzettend jammer dat de geluidsversie niet gewoon op Spotify staat, want dan zou de rap veel makkelijker zijn weg vinden naar het klaslokaal.

Wie was Reinaert?

De vraag waarmee ik de evaluatie afsloot; wie was Reinaert? leverde ook weer hele fijne antwoorden op. Hier een greep uit de reacties: ‘Een vossencrimineel, middeleeuwen.’ ‘Een sluwe, gemene en bedreigende vos uit de middeleeuwen.’ ‘Reinaert de vos was een sluwe vos die veel andere dieren manipuleerde en erge dingen deed’. Een van de leerlingen schreef: ‘Een sluwe vos. Reinaart is een van de eerste boeken waarin dit stereotype wordt gebruikt.’ Een aantal keer werd hij een ‘pedo’ of ‘ouwe snoeperd’ genoemd. Waar Koos Meinderts in bedekte termen spreekt over het ‘onfris bepotelen’ van de vrouw van Isengrijn de Wolf, is Charlie May veel explicieter: Rein heeft Hersinde verkracht en het arme kroost van Isengrijn ‘in de ogen gezeken.’ Je begrijpt welke versie de voorkeur heeft van twaalf- en dertienjarigen.

Literatuuronderwijs in de contact zone

Wat mij zelf opviel, was hoeveel kennis leerlingen zelf meebrachten naar deze les. André Mottart betoogt dat effectief literatuuronderwijs zich afspeelt in de ‘contact zone.’ Leerling, docent en tekst brengen verschillende contexten de klas in. Als docent moet je proberen die verschillende contexten – de culturele kennis die leerlingen hebben, de context van de tekst die je bespreekt en jouw eigen kennis – met elkaar in gesprek te brengen. Door deze lessenserie realiseerde ik me dat ik helemaal niet zo goed op de hoogte ben van de voorkennis van mijn leerlingen. Er kwamen allerlei films en series langs die ik zelf niet kende. De Disneyfilm Zootropolis bijvoorbeeld. Omdat de film speelt met de reputatie van de vos, paste hij heel mooi binnen onze verkenning van de vos als literair personage.

Het tweede dat ik me realiseerde is dat je bij ‘literatuuronderwijs in de contact zone’ afhankelijk bent van de inbreng van leerlingen, omdat ze over kennis beschikken die jij als docent niet hebt. Het succes van de les ligt dus buiten jezelf. Best lastig, als je een controlfreak bent zoals ik. Als mijn leerlingen hun eigen kennis niet gedeeld zouden hebben, was er weinig te bespreken geweest (en was het aha-effect over de vossenpersonages er ook niet geweest). Een van de leerlingen noemde dit ook in de evaluatie, dat ze eigenlijk al heel veel wist over vossen in verhalen, maar dat ze ‘niet wist dat ze dit wist.’

Misschien geeft het risico op mislukking aan dat het een waardevolle lesopzet is. Als er niks te verliezen is omdat leerlingen weinig inbreng hebben, is een lesopzet te veel voorgestructureerd door mij als docent. Lessen zonder dialoog, in andere woorden. Er is natuurlijk geen dialoog mogelijk zonder gesprekspartner. Er is geen literatuuronderwijs in de contact zone mogelijk zonder dat er verschillende contexten met elkaar verbonden worden. Dit principe (zonder risico op mislukking geen betekenisvolle les) geldt ook voor boekgesprekken in de klas. Ik merk dat ik steeds meer ruimte durf te maken voor de inbreng van leerlingen zelf. Waar ik eerst werkte met discussiepunten of vragen die richting geven aan de klassikale boekgesprekken, laat ik nu steeds meer afhangen van de inbreng van leerlingen zelf. Mijn voornemen voor 2022: meer risico’s nemen, meer experimenteren. Niet te bang zijn dat leerlingen dingen niet interessant zullen vinden. Liever een mislukte poging dan een gemiste kans.

Wil je meer doen met de (impliciete) culturele kennis van leerlingen? Kijk ook een naar de les over Fabels en de animatie over Mariken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *