Waarom klassiekers in de klas?

In ons huidige literatuuronderwijs in de onderbouw is geen plaats voor historische letterkunde. Het is vooral gericht op teksten die aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. Zelfs in het in de onderbouw gehanteerde begrip ‘fictie’ komt de erfgoeddimensie van literatuur geheel niet aan bod. Fictie wordt gedefinieerd als tegenovergestelde van non-fictie, als verzonnen in plaats van feitelijk. Los van het feit dat dit literatuurwetenschappelijk gezien een twijfelachtig onderscheid is, wordt er geen positieve invulling aan het begrip fictie gegeven. Je leert alleen wat het niet is. Wat is fictie dan wel? Wat heeft het lezen van fictieve teksten je te bieden?

Bovendien ontbreekt het aan aansprekende vakinhoudelijke teksten. Laat staan oudere teksten. Waarom zou je versimpelde teksten uit populairwetenschappelijke tijdschriften met je klas willen lezen (het standaardaanbod in lesmethodes), als je de hele Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren tot je beschikking hebt? Concluderen we niet te snel, dat leerlingen bepaalde teksten niet aankunnen of niet interessant vinden? Is school niet juist de plek waar leerlingen in aanraking zouden moeten komen met een bredere horizon dan de eigen ervaring?

Dit blog is een werk in uitvoering. Ik beschrijf mijn ervaringen met het lezen van en praten over canonieke teksten in de klas. Daarnaast wil ik linken naar interessant lesmateriaal van andere docenten die literaire teksten behandelen in de onderbouw. Onder het kopje lesmaterialen is een overzicht te vinden van het tot nu toe verzamelde lesmateriaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *