In de vijfde podcastaflevering van Fixdit Historische klassiekers staat de Amsterdamse Katharina Lescailje (1649-1711) centraal. Zij was dichter, vertaler en boekverkoper. Na de dood van haar vader zette ze zijn drukkerij voort, waardoor ze een belangrijke positie kreeg in een wereld die vooral door mannen werd gedomineerd. Ze bleef zelfstandig en ongehuwd en wist zo haar eigen plek in de uitgeverswereld te behouden. In 1731 verscheen een driedelige verzameling van haar werk, Tooneel en Mengelpoëzy. Dit was een van de eerste keren dat al het seculiere werk van een vrouwelijke auteur als zelfstandig geheel werd uitgegeven (de vrouwenlof van Johanna Hobius in 1643 was het eerste).
Politieke poëzie
De eerste sectie van haar verzameld werk heet ‘staatsgevallen’ en gaat over zaken van de staat, dus politieke onderwerpen. Veel van deze gedichten waren bedoeld voor een publiek en eerder als los pamflet verschenen, wat uitzonderlijk was voor een vrouw. Amsterdam of Holland wordt vaak direct aangesproken en soms wordt er verwezen naar mensen die luisteren. Lescailje neemt in haar gedichten regelmatig een duidelijk standpunt in, bijvoorbeeld over de moord op de gebroeders De Witt in het gedicht ‘Op de heer Johan de Wit, raadspensionaris van Nederland, enz’. Haar staatsgevallen zijn politieke gedichten die bedoeld zijn om gehoord en besproken te worden. Ze laat zien dat ze goed op de hoogte was van de politieke gebeurtenissen van haar tijd en dat ze een uitgesproken mening had.
Op de heer Johan de Witt, raadspensionaris van Nederland
Van de vrijheid was hij de welbespraakte vaandeldrager.
Zij sprak met zijn mond, werd door hem behoed,
hij stierf in haar dienst, stond met zijn bloed voor haar garant,
bloed dat door achterbakse wraak zo geniepig
werd vergoten op een plek waar geen Hollandse wijsheid,
hulpvaardigheid en godsvrucht meer waren.Hertaling Ellen Deckwitz
Lesbrief
In de lesbrief bij deze aflevering gaan leerlingen met deze politieke gedichten aan de slag. Ze maken kennis met Katharina Lescailje en krijgen inzicht in haar rol als politiek geëngageerde dichter in de zeventiende eeuw. Zij redeneren over poëzie aan de hand van beeldspraak en personificatie in haar gedicht ‘De onderdrukte Vrijheid spreekt tegen Amsterdam’, leren te analyseren en te verklaren, en verbinden dit gedicht aan de historische context van het Rampjaar 1672, waarbij zij een aanvullende bron raadplegen. Tot slot vergelijken de leerlingen Lescailjes gedicht met een hedendaags gedicht over Amsterdam om overeenkomsten en verschillen in de verbeelding van de stad te benoemen.
Deze lesbrief maakt gebruik van de redeneerdidactiek van Renate van Keulen. Op haar website kun je meer informatie hierover vinden en zodoende zelf lessen ontwerpen naar deze principes.
Direct aan de slag
Luister de podcast, ontdek de hertaling, en gebruik het lesmateriaal meteen in je klas. Hier vind je de podcast, de hertalingen en het lesmaterialen bij de derde aflevering.
