In deze recensierubriek bespreek ik bewerkingen, hertalingen en tekstedities die een klassieker nieuw leven inblazen, vanuit het perspectief van de bruikbaarheid in de klas of de aantrekkelijkheid voor zelfstandig lezende middelbare scholieren. Met als eerste tekst: Halewijn van Else Boer. Pas op: bevat spoilers.
Heer Halewyn zong een liedekijn,
Al die dat hoorde wou bi hem zijn.
‘Dit is een heel leuk lied, zei Hafid Bouzza, die de Middelnederlandse literatuur vaker als inspiratiebron noemde: ‘al die herhalingen, het springerige ritme, het geweld.’ Else Boer nam dit verhalende lied met een sfeer van magie als inspiratiebron voor haar historische roman die een spannende hervertelling van de middeleeuwse ballade biedt.
Middeleeuwse meisjes
Net als in Hine van Lotte Kok focust Boer in Halewijn op de kwetsbare positie van meisjes, zonder te vervallen in een eendimensionale tegenstelling tussen onderdrukkende mannen en weerloze vrouwelijke slachtoffers. Dat zou een hervertelling van Halewijn ook niet passen. Boer noemt de ballade een ‘vrouwenlied’, gezongen tijdens het weven, met een heldenrol voor de koningsdochter die de moordende Halewijn te slim af is en hem onthoofdt. Zijn hoofd wordt mee naar huis gebracht en op tafel gezet.
De Middelnederlandse ballade, die pas in de negentiende eeuw werd opgetekend, gaat volgens Van Oostrom terug op een Germaanse of Keltische oorsprong. Dat is ook te merken aan de naam Halewijn, die verwant is aan Halloween. Boers roman kan worden gelezen als een fictieve ontstaansgeschiedenis van deze ballade.
Halewijn wordt afwisselend verteld vanuit het perspectief van Elena, een van de bastaardkinderen van heer Henric, en Marzoeta, die aan Henric wordt uitgehuwelijkt nadat zijn eerste vrouw in het kraambed overlijdt. De roman toont de precaire positie van beide meisjes; ze worden als schaakstukken over het speelbord geschoven en hun lot is voortdurend afhankelijk van de positie van anderen.
Wanneer Marzoeta arriveert, moet ze accepteren dat haar invloed op het huishouden beperkt is en dat de geliefde en bastaardkinderen van haar echtgenoot al een eigen positie binnen de gemeenschap hebben. Als Henric naar het front wordt geroepen, staat ze er alleen voor. Haar zwangerschap van een zoon en erfgenaam geeft haar meer zekerheid. ‘Een zoon krijgen is de mooiste metamorfose die een vrouw kan overkomen,’ zegt Marzoeta’s moeder hierover.
Elena wordt neergezet als een sterk en onafhankelijk personage, maar ook haar positie verandert na de dood van Henrics eerste vrouw. Zullen zij en haar moeder door de nieuwe kasteelvrouwe worden gedoogd? Elena woont aan de rand van het bos en voelt zich daar thuis. Ook nadat meisjes beginnen te verdwijnen, blijft ze alleen het bos in trekken, uit noodzaak of aangetrokken door een mysterieus gezang (‘Heer Halewyn zong een liedekijn…’). De ondoordringbare bossen vormen de setting van een roman die gaandeweg een steeds sterkere bovennatuurlijke sfeer oproept.
Magie en geloof
Heel treffend schetst Boer de middeleeuwse gemeenschap als een plaats waar heidense en christelijke rituelen naast elkaar bestaan, van een huwelijksvoltrekking voor de kerkdeuren tot geboorterituelen in de kraamkamer. In afwezigheid van de pater doopt vroedvrouw Ermgard de pasgeborene. Ze kan bovendien handlezen en de toekomst stelliger voorspellen dan de pater. Zo bestaan beide geloofssystemen naast elkaar, maar niet zonder wrijving.
In de nacht van Allerzielen, Halloween, wanneer de grenzen tussen de levenden en de doden poreuzer zijn, beginnen meisjes uit de kasteelgemeenschap te verdwijnen. Ze worden het bos in gelokt door een mysterieus gezang. Omdat er geen dader in beeld is, vreest de gemeenschap een demon of een draak. De pater wordt tot zondebok gemaakt: zijn gebeden konden de meisjes immers niet beschermen. Ridders van heinde en verre komen naar het kasteel in de hoop een monster te kunnen verslaan. Uiteindelijk is het echter een meisje dat het monster velt, net als in de ballade.
De echte dader is al vrij snel in beeld: Adalwin, de narcistische broer van Marzoeta die weinig empathie toont voor de vermoorde meisjes en bovendien heel mooi kan zingen. Maar dat neemt het verhaalplezier geenszins weg, de plot is immers al bekend bij wie de ballade van heer Halewijn kent.
In de spannende ontknoping confronteren Elena en Marzoeta Adalwin bij een twaalfapostelenboom in het bos. Er hangt al een galg voor Elena klaar. De boom blijkt Adalwins offerplaats voor de god Wodan te zijn, de andere slachtoffers liggen rondom de boom begraven. Zo houdt de roman de mogelijkheid van een bovennatuurlijke invloed open.
Elena en Marzoeta triomferen, geheel volgens verwachting, en brengen het hoofd van Adalwin mee naar het kasteel. De vrede is hersteld en de gemeenschap heeft een nieuwe balans gevonden na het overlijden van kasteelheer Henric. Ook zonder patriarch, maar met steun van de ridders, kan de gemeenschap onder het vrouwelijk leiderschap van Marzoeta verder.

Halewijn
Adalwin blijft bij beide meisjes rondspoken. Marzoeta maakt een bezetene van hem, om de broer die ze ooit had te bewaren. Ook de gemeenschap blijkt een magische verklaring voor zijn daden goed uit te komen. Niemand hoeft dan te geloven dat een adellijke heer zomaar meisjes lastigviel en vermoordde: hij was immers bezeten. Niemand hoeft de kleinzoon van graaf Otto te belasteren want zijn naam wordt aangepast. Zo wordt Adalwin in de liederen die over hem worden gecomponeerd Halewijn: een woudgeest of een bezeten man, verslagen door twee adellijke vrouwen.
Weven en zingen
Door heel de roman verweeft Boer het verhaal van de Middelnederlandse liedcultuur met bijzondere aandacht voor de rol van vrouwen daarin. Varianten van liederen uit het Gruuthuusehandschrift komen voorbij, net als de context van verhalenvertellers en zangers. Door de minnares van Heer Henric als weefster neer te zetten, kon Boer het gebruik van zingen tijdens het weven op een natuurlijke manier in het verhaal integreren.
Ook in de ontwikkeling van de relaties tussen de vrouwelijke hoofdpersonages speelt het weven een belangrijke rol. Wat begon als een wraakactie — Marzoeta draagt de minnares van haar echtgenoot op een vrijwel onmogelijke taak te volbrengen: een enorm wandtapijt te weven — groeit uit tot een verhaal over vrouwelijke verbondenheid en solidariteit. Wanneer het wandkleed voltooid is en de onderlinge verhoudingen zijn veranderd, geeft Marzoeta het een prominente plaats in het kasteel.
Meteen volgt een nieuwe opdracht: een wandkleed van de heilige Judith, een jonge vrouw met donker haar, een paard aan haar zijde en een zwaard in haar handen. Het is niet moeilijk te zien wie model heeft gestaan voor deze voorstelling. Met dit eerbetoon wordt niet alleen het artistieke talent van haar moeder erkend, maar ook de betekenis van Elena voor de gemeenschap.
‘Het was een voorstelling van de heilige Judith, maar iedereen zou mij erin herkennen, al zag ik eruit als een icoon,’ denkt Elena. Hier is Boer-de-docent aan het woord, die Halewijn expliciet verknoopt met het verwante verhaal van de Bijbelse Judith, die ook een man onthoofdde. Maar deze expliciete duiding heeft de lezer niet per se nodig, het verband is duidelijk genoeg. (Dat alles geduid en netjes afgehecht wordt is voor middelbare scholieren juist weer heel prettig.)
In de klas
Frits van Oostrom schrijft dat er ‘misschien geen tweede middeleeuwse Nederlandse tekst is die zo weinig tijd, voorkennis en uitleg vereist en toch zo onweerstaanbaar werkt’. Je zou denken dat dit een gouden kans is voor het literatuurgeschiedenisonderwijs, maar Nederlandse leerlingen komen slechts beperkt in aanraking met deze ballade. Kern Nederlands (bovenbouw) neemt de ballade op in het oefenboek voor het vwo, maar de havo krijgt Walewein in plaats van Halewijn.
In andere lesmethodes heb ik Halewijn helemaal niet kunnen vinden. Op Lezenvoordelijst.nl vinden we alleen de roman van Else Boer onder de zoekterm ‘Halewijn’, leermiddelensite Klascement geeft slechts twee hits en op Scholieren.com staat alleen een bespreking van de kinderbewerking van Agave Kruijssen.
Wellicht kan de roman van Boer als blikopener fungeren en de ballade alsnog de klas in trekken. De tekst is te vinden op DBNL, er is een informatiepagina op Literatuurgeschiedenis.org en Boer ontwikkelde zelf lesmateriaal waarin de ballade en fragmenten uit haar roman samen worden gelezen. Rond de roman valt bovendien gemakkelijk een thematische leeslijst samen te stellen, met bijvoorbeeld Mary van Anne Eekhout en De verborgen bron of Fenrir van Hella Haasse.
Boers spannende en goed gecomponeerde roman is hoe dan ook een aanwinst voor de leeslijsten in de bovenbouw, vooral voor lezers die houden van historische romans met een duidelijke verhaallijn en sterke vrouwelijke personages.
Halewijn van Else Boer is uitgegeven door Prometheus, verschenen in januari 2026 als paperback van 320 pagina’s en kost €22,99.
