Hele boeken lezen in plaats van fragmenten: over literatuuronderwijs, motivatie en hoge verwachtingen

Fragmenten, fragmenten, fragmenten. Als je een beetje thuis bent in het aanbod van lesmaterialen voor het fictie- en literatuuronderwijs in Nederland, kom je alleen maar fragmenten tegen. Bieden we leerlingen in het voortgezet onderwijs de ervaring van het diepgaand lezen en verwerken van een hele tekst? Het probleem speelt ook op de basisschool, waar leerlingen steeds minder hoeven te lezen. Natuurlijk speelt de beperkte lestijd voor literatuur ook een rol. Maar het lezen van een volledig boek in de lestijd die je hebt is niet onmogelijk. Het is eerder een kwestie van plannen.

Structuur en motivatie

Waarom is het aanbod zo armoedig? Een lessenreeks over de roman Sara Burgerhart, die slechts 1 of 2 van de 175 brieven behandelt, is geen uitzondering. We willen leerlingen vooral laten proeven van verschillende teksten en auteurs, zodat ze zelf een keuze kunnen maken. Maar belang van de autonomie van de leerling, zelf kunnen kiezen wat je leest, wordt naar mijn idee te veel naar voren geschoven ten koste van die andere twee pijlers van de motivatie volgens Ryan & Deci: verbondenheid en competentie.

Gezamenlijk een volledig boek lezen komt wel aan deze behoeften tegemoet. Je leert beter lezen door samen te praten over wat je leest, en het verhoogt de onderlinge verbondenheid. Het is heel prettig om met een klas een gezamenlijk referentiekader te hebben. Een boek van Anna Woltz met een brugklas, bijvoorbeeld, aan het begin van het jaar, maakt gesprekken over erbij horen en pesten mogelijk, maar je kunt ook uitleggen hoe het vertelperspectief werkt en dat personages vaak een ontwikkeling doormaken in een roman. Deze inzichten nemen leerlingen mee als ze vervolgens een eigen boek naar keuze lezen.

In het artikel ‘Willen, moeten en structuur in de klas : over het stimuleren van een optimaal leerproces’ benaderen Vansteenkiste et al motivatie vanuit een andere invalshoek. Ze onderstrepen het belang van een structurerende leerkrachtstijl die niet controlerend is, maar autonomieondersteunend. Structuur betreft zowel het klasmanagement, maar ook het vormgeven van de leerstof op een manier die leerlingen kansen op succeservaringen biedt (haalbare doelen en taken). In de context van klassikaal lezen vertaal ik dit naar het structureren van de leestaak (een volledige roman uitlezen) in wekelijkse tussendoelen. In combinatie met leestijd in de les, en vaste momenten waarop je klassikaal bespreekt wat leerlingen gelezen hebben, werkt dit in mijn ervaring heel goed. In het blog boekgesprekken begeleiden ga ik hier verder op in.

Je kunt een leerling niet dwingen om te lezen. En dat moet ook niet je insteek zijn. Vansteenkiste et al geven aan dat het zinvoller is om in te zetten op motiveren dan op controleren. Dus geen boektoetsen of overhoringen, maar interesse in de leeservaringen van leerlingen en gelegenheid bieden om deze ervaringen uit te wisselen. Ik probeer zelf met al mijn klassen minstens een keer per jaar klassikaal een boek te lezen.

Ervaringen in de klas

Leerlingen vinden het het prettiger om een wekelijks leesdoel te hebben dan een deadline wanneer een volledig boek uit moet zijn. Sommige leerlingen vragen ook bij hun vrije boekenkeuze of ik tussendoelen voor ze wil stellen. Of ze geven aan dat het samen lezen veel makkelijker was dan individueel lezen (en ik kies niet de makkelijkste titels voor een klassikaal leesproject, want er moet wel iets te bespreken zijn). Het motiveert blijkbaar meer als je weet dat je samen leest, en als er een stok achter de deur is. Iedereen die een boekenclub heeft, weet dit!

Niet iedereen leest mee. Maar vrijwel altijd leest de overgrote meerderheid wel de opgegeven pagina’s en zijn de klassikale gesprekken zeer verrassend en waardevol. Tot nu toe is het slechts een keer helemaal misgegaan met een klassikaal leesproject. Dit lag volgens mij aan de groepsdynamiek en mijn relatie met de klas, niet aan het boek of het klassikaal lezen an sich.

Het valt op wie er vlot en makkelijk leest, en wie er meer moeite heeft om het tempo bij te benen. Ik heb leuke gesprekken gevoerd met een jongen die zelf verbaasd was dat hij veel meer moeite had om concentratie op te brengen om te lezen dan zijn vrienden. Toen hebben we over mogelijke oplossingen gepraat: een vast moment per dag lezen, zonder mobiele telefoon ernaast. Deze podcastaflevering geeft ook concrete tips. Als je nooit een volledig boek klassikaal behandelt, en accepteert dat (in dit geval) tweedeklassers de concentratie hiervoor nauwelijks op kunnen brengen, kom je ook nooit tot dit soort gesprekken. Laat staan tot een oplossing. Dit raakt wat volgens mij de kern van het probleem is: dat we te weinig van leerlingen verwachten.

In het Verenigd Koninkrijk, waar leerlingen voor de GCSE’s gedegen kennis van een selectie aan literaire teksten moeten hebben, is het veel gangbaarder om leerlingen te helpen zich hele teksten eigen te maken. Jennifer Webb, auteur van een aanstekelijk goed boek over het literatuuronderwijs (How to teach English Literature: Overcoming Cultural Poverty), wijdt een hoofdstuk aan de vraag: ‘How to teach really long books’. Dit is een vraag die nooit gesteld wordt in onze eigen vakdidactische bronnen, omdat het zo weinig gangbaar is om een volledig boek klassikaal te behandelen. Maar Webb heeft hier dus jarenlang ervaring mee, en ze komt met zeer veel praktische tips. Ik sluit af met de tips uit dit hoofdstuk.

Lange boeken klassikaal lezen

If reading for pleasure is a gentle stroll on an easy foothpath, planning a text for teaching is like a mountaineering expedition with 30 reluctant teenagers in tow.

Jennifer Webb

Benader het klassikaal lezen als een expeditie die je goed moet voorbereiden, adviseert Webb. Zorg dat je zelf de tekst grondig gelezen hebt voordat je aan je leesproject begint. Vervolgens maak je een globale planning op basis van de lestijd die je hebt. Webb begint zelf met een ‘cold read’ waarin ze in vijf lesuren de hele tekst doorneemt met een klas, zodat leerlingen een globaal idee hebben van de thema’s, structuur en plot. Vervolgens gebruikt ze afwisselend film, audio en de close readings van de tekst om leerlingen belangrijke scenes in detail te laten bestuderen. Omdat leerlingen al een globaal idee hebben van de tekst kan ze aan de hand van thema’s door de tekst heen springen. Het enthousiasme van Webb is aanstekelijk. Ze is ervan overtuigd dat ook leerlingen met weinig leeservaring het verdienen om begeleid te worden bij het lezen van de literaire klassiekers. ‘It is the job of an English teacher to make this feel manageable, and – ideally – enjoyable!’ Hoge verwachtingen voor iedereen, dus.

1 Comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *