Der Naturen Bloeme is een rijke Middelnederlandse bron die nog te weinig benut wordt in het literatuuronderwijs. Als vroegste voorbeeld van een encyclopedie in de volkstaal geeft de tekst een inkijkje in de middeleeuwse denk- en belevingswereld. Jacob van Maerlant verzamelde alle beschikbare kennis over Gods schepping in zijn bloemlezing van het mooiste uit de natuur. Flora en fauna, fabeldieren en huis-tuin-en-keukenvogels, alles kreeg een plek, en werd voorzien van een morele les of allegorische duiding. Het vierde hoofdstuk van mijn boek, Oude teksten voor jonge lezers, is volledig gewijd aan deze tekst en laat zien hoe rijk en veelzijdig dit werk is voor hedendaagse jonge lezers.

Der Naturen Bloeme biedt volop mogelijkheden om historische letterkunde betekenisvol te maken voor onder- en bovenbouwleerlingen. De onderbouwlessen kunnen fungeren als eerste kennismaking met Der Naturen Bloeme. In de bovenbouw liggen er kansen om de tekst te verbinden met bestaande literatuuronderdelen, zoals lessen rond Van den vos Reynaerde (bijvoorbeeld via de lemma’s over de wolf en de vos).
Een lessenreeks voor de bovenbouw
Voor docenten die op zoek zijn naar een concrete uitwerking ontwikkelde Daphne Bynens een lessenreeks van vijf lessen rond Der Naturen Bloeme. In deze reeks staat de vergelijking tussen middeleeuwse en moderne representaties van fabeldieren centraal.
De lessen zijn gebaseerd op Renate van Keulens redeneerdidactiek, waarbij leerlingen vanuit een centrale onderzoeksvraag via bronvergelijking tot eigen inzichten komen. De overkoepelende vraag luidt:
“Hoe weerspiegelen de beschrijvingen van fabeldieren in Der Naturen Bloeme en Fabeldieren en waar ze te vinden de historische en culturele contexten waarin deze werken zijn ontstaan?”
Leerlingen werken deze vraag stapsgewijs uit. De bovenbouwlessenreeks bestaat uit vijf lessen waarin leerlingen de bronnen bevragen vanuit vier perspectieven (les 1-4) om vervolgens tot een antwoord op de onderzoeksvraag te komen (les 5). Ze ronden de lessenreeks af met het zelf schrijven van een lemma voor een fictief bestiarium en presenteren dit aan hun klasgenoten (les 5). Met alle lemma’s die leerlingen schrijven kun je een bestiarium van de klas samenstellen.

De lessenreeks schematisch
Les 1: Historisch perspectief
Leerlingen vergelijken middeleeuwse en hedendaagse wereldbeelden en onderzoeken hoe context de betekenis van fabeldieren bepaalt. Ze brengen dit in verband met hun eigen belevingswereld.
Les 2: Systeemperspectief
Leerlingen herkennen de conventies van het middeleeuwse bestiarium en de moderne encyclopedie, en analyseren hoe vorm en genre de inhoud sturen.
Les 3: Individueel perspectief
Leerlingen ontdekken hoe de persoonlijke en culturele achtergrond van auteurs de weergave van fabeldieren beïnvloedt.
Les 4: sociaal perspectief
Leerlingen analyseren hoe fabeldieren fungeren als spiegel van sociale waarden. Ze analyseren de tegenstelling tussen de middeleeuwse moraal (zonde en deugd) en moderne thema’s zoals diversiteit en ecologie.
Les 5: totaalperspectief en creatieve verwerking
Leerlingen beantwoorden de centrale onderzoeksvraag en schrijven zelf een lemma voor een fictief bestiarium, dat zij presenteren aan klasgenoten.
Van middeleeuwse moraal naar moderne ecologie
De vergelijking tussen Der Naturen Bloeme en Fabeldieren en waar ze te vinden maakt onze veranderende relatie tot de natuur en het bovennatuurlijke zichtbaar. Waar Van Maerlant dieren en fabelwezens beschrijft vanuit een religieus en moraliserend kader, plaatst J.K. Rowling deze wezens in een (pseudo)wetenschappelijk en ecologisch systeem.

Zo wordt de feniks bij Van Maerlant geduid als symbool voor Christus, vanwege zijn wederopstanding uit de as. In Rowlings universum krijgt hetzelfde wezen een habitat (Egypte, India, China) en eigenschappen die passen binnen een fictief biologisch kader, zoals genezende tranen.
Het werken met grote vragen maakt de historische letterkunde betekenisvol voor leerlingen. Bij de lessenreeks over Sara Burgerhart keken we naar de opvoeding van meisjes, en wat het betekent om op te groeien in de achttiende eeuw. Deze lessenreeks roept vragen op over onze veranderende relatie tot de natuur en het bovennatuurlijke. Die grotere thema’s of betekenisvolle vragen kunnen de oude teksten voor leerlingen openen. Wan dit is natuurlijk veel interessanter dan het benoemen van stijl- en periodekenmerken in een tekstfragment naar keuze.
De nieuwe eindtermen vragen om nieuwe lessenreeksen
Deze lessenreeks sluit daarom goed aan bij de nieuwe eindtermen voor het schoolvak Nederlands. Leerlingen werken met een rijke, historische tekst, combineren literair en zakelijk lezen en ontwikkelen hun interpretatievaardigheden via een onderzoekende aanpak. Daarnaast is er ruimte voor creatief schrijven, dat in de nieuwe eindtermen als leerdoel opgenomen is.
Fenikswaardig presenteren
Der Naturen Bloeme is een verbeeldingsrijke tekst die uitnodigt tot een creatieve dialoog met leerlingen van nu. Maar dan moeten onze lessen de aanzet daartoe geven, zoals bij deze lessenreeks het geval is. Bynens eigen speelsheid en creativiteit komt onder andere tot uiting in haar beoordelingsrubric. In plaats van ‘zeer goed’ tot ‘onvoldoende’ gebruikt ze de categorieën ‘fenikswaardig’ tot ‘draakwaardig’ waarbij ‘een vurige houding’ een van de puntenpakkers is voor fenikswaardige leerlingen. Hoe anders kun je de feniks belichamen dan door je vurigheid te tonen?

Dit is het nieuwe schoolvak Nederlands in actie. We hebben creatieve opdrachten nodig die de historische letterkunde betekenisvol maken voor leerlingen van nu. Deze lessenreeks is daar een uitstekend voorbeeld van.
Tot slot
Aan de slag met Der Naturen Bloeme?
Download hier de lessenreeks en toelichting van Daphne Bynens. De onderbouwlessen zijn via deze link te raadplegen.
